Direct naar inhoud

Kasteeltoren IJsselstein

Verken de wortels van de stad bij de IJsselsteinse Kasteeltoren. De naam IJsselstein komt van Stein aan de IJssel, het kasteel (van steen, stein) aan de rivier die hier stroomt. Bezoek de Loyertoren, in de volksmond bekend als Kasteeltoren IJsselstein. Op deze pagina duik je dieper de geschiedenis in.

In het kort

De afbeelding hieronder neemt je mee door de eeuwen heen, vanaf de bouw van een stenen woontoren aan het eind van de 13e eeuw naar een groot renaissance slot tot aan de afbraak in 1888, waarbij alleen de 16e eeuwse Loyertoren bewaard bleef.

De ontwikkeling van Kasteel IJsselstein door Fedor van Rossem

Op deze pagina nemen we je mee de diepte in, terug naar het allereerste begin, naar omstreeks 1279, als Stein aan de IJssel voor het eerst in een tekst genoemd wordt. Aan de hand van drie belangrijke vrouwen schetsen we het ontstaan van de huidige stad. Na de verhalen van Vrouwe Bertha, Anna van Buren en ‘Marijke Meu’ lees je meer over de geschiedenis van het kasteel zelf.

Hoe het allemaal begon: Vrouwe Bertha

Bertha van Heukelom (?-1322), heldin bij de verdediging van IJsselstein  

In IJsselstein kan niemand om haar heen: de middeleeuwse heldin Vrouwe Bertha. Haar roem gaat terug op een oud geschrift, de Rijmkroniek van Melis Stoke van omstreeks 1305. Destijds speelde er een langdurige machtsstrijd tussen de graven van Holland en bisschoppen van Utrecht. In 1296, als Graaf Floris V vermoord is, wordt Bertha’s man Gijsbrecht van Amstel (de bouwer van Kasteel IJsselstein en de eerste die zich ‘Heer van IJsselstein’ noemt) gevangengenomen. Hij weigert namelijk zijn slot over te dragen aan de zoon van Floris. Bertha neemt de verdediging van het kasteel en de omliggende huizen op zich. Maar de belegering is zwaar. Vrouwe Bertha stemt met de Hollanders in dat ze de helft van haar manschappen opgeeft in ruil voor vrijheid. Als de belegeraars binnen de kasteelmuren komen, zien ze dat Vrouwe Bertha haar verdediging met slechts 16 man heeft volbracht.  

De graaf van Holland neemt het kasteel over, maar in 1310 komt het weer in handen van de familie van Bertha, wanneer haar zoon Arnoud trouwt met Maria van Henegouwen. De vier genoemde personen, Bertha, Gijsbrecht, Arnoud en Maria, zijn vereeuwigd op een bijzonder praalgraf in de Oude Sint-Nicolaaskerk. Daarvan is een 19e eeuws model te zien in de collectiepresentatie in het museum.   

Link met de Oranjes: Anna van Egmond

Anna van Egmond (1533-1558), vrouwe van IJsselstein 

Guyotte, de dochter van Arnoud en Maria (en kleindochter van Vrouwe Bertha), trouwt met Jan van Egmond. Zo begint de dynastie van de familie Van Egmond, die het bijna twee eeuwen voor het zeggen heeft in IJsselstein. Ze zijn steenrijk. Anna is niet alleen vrouwe van IJsselstein, maar ook gravin van Buren. In 1551 trouwt zij met (onze vader des vaderlands) Willem van Oranje. Er wordt gezegd dat zij ‘zijn vermogen aanmerkelijk deed toenemen’. Ondanks dat het een gearrangeerd huwelijk is lijkt het erop – uit de bewaard gebleven brieven – dat zij elkaar liefhebben. Er worden twee dochters en een zoon geboren. Dan sterft Anna, amper 25 jaar oud.  

Willem van Oranje laat in IJsselstein het stadhuis op De Plaats bouwen, dat er nog altijd staat.  

Vrijstad IJsselstein: ‘Marijke Meu’

Marie-Louise van Hessen Kassel (1688-1765), barones van IJsselstein 

In 1732 wordt Marie-Louise van Hessen Kassel, ook wel Marijke Meu genoemd, barones van IJsselstein. Zij treft er een ‘boevenoord’ aan en besluit daar korte metten mee te maken door een einde te maken aan alle corruptie en vriendjespolitiek. Ze zorgt voor een stabiel stadsbestuur. Daarnaast maakt ze van IJsselstein een belastingparadijs door de soevereiniteitsrechten die bij haar baronie horen, in te zetten. Zo trekt ze ‘nette luyden’ en rijke renteniers aan, die de middenstand laten opbloeien. IJsselstein is een Vrijstad – een autonoom staatje in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Hieraan komt in 1795 een einde, wanneer IJsselstein wordt genationaliseerd. Alle voordeeltjes komen te vervallen en ‘baronie’ blijft alleen als eretitel bestaan.  

Tekening van het kasteel door Roelant Roghman, 1646

Glorietijd en verval van Kasteel IJsselstein

De eerdergenoemde Guyote (kleindochter van Vrouwe Bertha) trouwde met Jan I, heer van Egmond. Met de Van Egmonds breekt een nieuw hoofdstuk aan. Zij heersen twee eeuwen over IJsselstein en de omliggende gebieden, tot Anna van Egmond trouwt met Willem van Oranje en het kasteel in bezit komt van de prinsen en stadhouders. In de videoprojectie Kasteelheren (die te zien was in de Kasteeltoren in het voorjaar van 2022) vertelt ‘Anna’, samen met haar opa Floris van Egmond, over de reis die Floris en zijn zoon Maximiliaan in 1530 naar Bologna maakten, en hoe zij destijds de renaissance mee naar Nederland brachten. Dit zien we nog altijd terug aan de bijzondere Pasqualini-toren die aan de Oude Sint-Nicolaaskerk werd toegevoegd in die jaren.   

In de 16e en 17e eeuw beleeft het kasteel zijn glorietijd. Na een serie ingrijpende verbouwingen is het precies wat je verwacht van een slot in de (late) renaissancetijd, compleet met gracht en met meer luxe dan verdedigingswerk. Maar in de loop van de 18e eeuw begint het verval van het kasteel. Voor 1727 verdwijnen van twee torens de daken en stort een deel van de ommuring in. Daarna storten tussen 1727 en 1731 een vleugel op de zuidwestzijde en de paleisachtige vleugel in, mogelijk door brand. Vijftien jaar later is die paleisachtige vleugel tot op kelderniveau afgebroken.   

Kasteel IJsselstein in 1888, vlak voordat het afgebroken wordt. Beeld: Historische Kring IJsselstein.

De laatste bewoner, drost Joachim Ferdinand de Beaufort, brengt in de tweede helft van de 19e eeuw nog enkele kleine wijzigingen in het interieur aan, maar de voormalige grandeur wordt nooit meer bereikt. In 1888 wordt het kasteel, op de nu nog bestaande traptoren na, afgebroken.  

In het kort over de Loyertoren

Tegenwoordig staat alleen de 16e eeuwse Loyertoren nog.   

Bouwjaar: omstreeks 1530  
Bouwstijl: Hollands Classicisme  
Opdrachtgever: Floris van Egmond  
Architect: Anthonis I Keldermans of Alexander Pasqualini  
Oorspronkelijke functie: traptoren van kasteel  
Bijzonderheden: de gemetselde spiltrap met gotische kruisgewelven  

Floris van Egmond, de grootvader van Anna van Egmond, geeft omstreeks 1530 opdracht tot de bouw van de toren. De architect wordt betwist: het zouden de Vlaamse Anthonis I Keldermans en zijn zoon Rombout II kunnen zijn, maar ook de Italiaanse Alexander Pasqualini. De familie Keldermans werd vaker door Van Egmond betrokken bij zijn (ver)bouwplannen. Ook lijkt de toren erg op de traptoren van het Markiezenhof te Bergen op Zoom, die in 1495 onder toezicht van Anthonis I gebouwd was. Aan de andere kant weten we dat Floris van Egmond in 1531, na het overlijden van Rombout II, Alexander Pasqualini in dienst nam. Die laatstgenoemde had natuurlijk ook de kerktoren van de Sint-Nicolaaskerk al op zijn naam staan.   

Een bezoeker fotografeert de bijzondere gewelven in de toren. Foto: Jelle Draper.

De Loyertoren getuigt hoe dan ook van groot vakmanschap. Horizontale banden natuursteen in het metselwerk (speklagen) bepalen het uiterlijk – deze decoratievorm is een typische renaissance-ontwikkeling. Binnenin de toren karakteriseren verspringende gotische kruisgewelven de gemetselde spiltrap. Omdat de toren in de 18e eeuw dienstdoet als gevangenis, vervangt men in 1769 de bestaande gevangeniscel op de bovenverdieping door drie houten cellen. Na de Tweede Wereldoorlog wordt de toren gerestaureerd en ingericht als oudheidkamer – een voorloper van het huidige Museum IJsselstein! – met een prominente plek voor de oude cel, grote open haard en een ouderwets toilet (destijds gemak of secreet genoemd). Ook wordt de toren weer van een leien dak voorzien.  

Restanten zijn verder nog her en der te vinden: in Huis Weldam is een ‘haardje’ uit 1687 geplaatst dat uit Kasteel IJsselstein afkomstig is en enkele consoles – dwarsbalken – uit de tweede helft van de 16e bevinden zich in het Centraal Museum te Utrecht. Bovendien is er bij Museum IJsselstein een prachtig kastje te zien, afkomstig uit het kasteel (bruikleen van Centraal Museum).   

Genieten bij Kasteeltoren IJsselstein. Beeld: Bernadet de Prins.

Wat kun je tegenwoordig doen in de IJsselsteinse Kasteeltoren?  

De Loyertoren maakte ooit deel uit van het Kasteel IJsselstein. Het kasteel is al in 1888 afgebroken. Het bestond uit een groot complex van gebouwen, torens en muren met een slotgracht er omheen. De fundamenten van het kasteel zitten nog steeds in de grond. En gelukkig is de toren bewaard gebleven. Bekijk de bijzonder gemetselde wenteltrap met fraaie gewelven en de torenkamer met haard, secreet (toilet) en gevangenis.  

De Kasteeltoren is één van de satellietlocaties voor tentoonstellingen van Museum IJsselstein. De toren is open tijdens deze tentoonstellingen, bij speciale evenementen en op afspraak. Daarnaast vinden er in de toren educatieve projecten en voorstellingen voor basisschoolleerlingen plaats.

Kasteeltoren geopend voor publiek 

De Kasteeltoren is tijdens de openingstijden van het museum (woensdag t/m zondag van 13.00 – 17.00 uur) toegankelijk voor publiek – er zijn dan torenwachters aanwezig.     

Vanwege de vele trappen is de Kasteeltoren helaas niet geschikt voor mensen die slecht ter been zijn. Een bezoek aan de Kasteeltoren is op eigen risico.  

Meer weten over de geschiedenis?

Bekijk de museumcollectie en laat het verhaal van IJsselstein tot leven komen