Bert’s privécollectie
Met de tentoonstelling Alles verandert, niets vergaat vieren we, ter gelegenheid van het afscheid van directeur Bert Murk, de vele hoogtepunten van 10 jaar MIJ. Dat doen we met nieuw werk van favoriete kunstenaars en kunst uit Bert’s klassiek-moderne privécollectie. Over de selectie uit deze collectie lees je meer op deze pagina.
In Alles verandert, niets vergaat is – behalve nieuw werk van kunstenaars waarmee Museum IJsselstein eerder samenwerkte – ook de privé-collectie van Bert Murk te zien. Bert was de afgelopen tien jaar onze bevlogen directeur, hij maakte van het oude stadsmuseum het huidige MIJ. Hij startte ongeveer dertig jaar geleden met het verzamelen van kunst, met een ets van Tapiès die hij kocht in Barcelona. Inmiddels is zijn verzameling uitgegroeid tot een omvangrijke collectie klassiek-moderne kunst, waarin een verschillende zwaartepunten te herkennen zijn.
Bert heeft zijn eigen collectie onderverdeeld in vijf thema’s:
-
Materie, gevoel & toeval
Dit thema staat voor mij voor het aardse, het gevoel en toeval in het leven. Zonder deze aspecten kan er geen sprake zijn van leven. Binnen dit thema toon ik werken van de Nederlandse Informele Groep en beslaat de periode 1956 – 1960. Deze ‘informele’ stroming komt voort uit de Europese ‘Art Informel’ en gaat over persoonlijke schilderkunst zonder vorm. Het schilderen stond voorop waarbij tijdens het proces spontaan vormen en symbolen ontstonden.
Deze stromingen liepen parallel aan het Amerikaanse abstract expressionisme waaronder ook dripping, action painting en materie-schilderen werden geplaatst. Er is werk te zien van: Jan Schoonhoven, Jan Cremer, Jan Wolkers, Ton Frenken, Cor de Nobel, Theo Wolvecamp, Bram Bogart en Kees van Bohemen.
-
Nul = Nix
Dit thema staat voor mij voor een nieuw begin. In het leven maken we vaak persoonlijke keuzes om weer nieuwe wegen in te slaan.
De Nederlandse Nul-beweging is eigenlijk een transformatie vanuit de hiervoor beschreven informele kunst. ‘Nul’ heeft in Nederland bestaan van 1960 tot 1965 en was geïnspireerd door de in 1958 opgerichte internationale Zero groep. Het is de eerste kunstenaarsstroming na WOII waar de toekomst relevant was. Daarom werd afstand genomen van de bestaande schilderkunst en elke andere vorm van emotie en persoonlijk handschrift.
Wat ik aantrekkelijk aan ‘Nul’ vind, is dat deze kunststroming stond voor een nieuw begin en spiegelde daarmee het optimisme van de jaren zestig. Een nieuw begin wat ‘toevallig’ in mijn geboortejaar begon.
De toevoeging ‘Nix’ staat voor mij dat de ‘Nul’ kunstenaars gebruik maakten van nieuwe materialen, van materialen van niets waaraan zij ook niets of weinig toevoegden. De nieuwe materialen die beschikbaar kwamen, waren o.a. nylon, formica, plastic, metaal en rubber.
In de expositie zijn vijf werken op papier te zien van Henk Peeters. Met roet, vuur, zand, vlechtwerk en donsjes transformeerde Peeters niets tot iets.
-
Licht, ruimte & tijd
‘Licht, ruimte en tijd’ staat voor mij voor alles wat wij in het leven niet weten. Waar begint een ruimte en waar houdt deze op? Wat is de invloed van licht op de mens? Hoeveel invloed heeft de mens op het licht? Hoe gaan wij mensen om met de oneindigheid van tijd en ruimte?
De Brabantse kunstenaars JCJ Vanderheyden, Leon Adriaans, Ton Frenken en John van de Rijdt zouden we kunnen duiden als de ‘Bossche School’ van de schilderkunst. Deze ‘Bossche School’ was zeker geen homogene groep maar het waren kunstenaars die elkaar goed kenden en volgden. Ze kwamen op elkaars atelier, zaten met elkaar in de kroeg en discussieerden over kunst en het leven. Daardoor werden ze ‘bewust/onbewust’ door elkaar beïnvloed.
De kunstenaars kwamen daardoor tot werk waarin duidelijk verwantschap valt te ontdekken en toch, door eigen handschrift en vormentaal, is het werk ook weer zo verschillend.
De kunstenaars werden ook door oude meesters geïnspireerd. JCJ Vanderheyden bijvoorbeeld vanwege het bijzondere licht op ‘Gezicht op Delft’ van Vermeer.
In de Panoramazaal hangt het drieluik van Ton Frenken en toont dichtgeklapt de grote bol, na de derde dag van het scheppingsverhaal van Genesis, geïnspireerd op de ‘Tuin der lusten’ van Jeroen Bosch.
Het werk van deze Brabantse kunstenaars gaat voor mij over de voor ons mensen onbevattelijke dimensie van het licht, de tijd en de ruimte. Over inzoomen en uitzoomen. Of anders gezegd, over informeren door te determineren.
De kunstenaars JCJ Vanderheyden, Leon Adriaans, Ton Frenken en John van de Rijdt verbeelden voor mij daarmee het ‘grote niet weten’.
-
De toekomst is nu!
Dit thema is voor mij de verbeelding voor vrijheid, strijd, idealisme en optimisme.
Drie werken van Constant uit zijn serie ‘New Babylon’ en van de hedendaagse kunstenaar Rob Voerman zijn binnen dit thema het meest bepalend.
De tekening van Constant uit 1963 van de Homo Ludens, de spelende mens, verbeeldt voor mij de ultieme vrijheid. De historicus Johan Huizinga schreef in 1938 zijn ‘Homo Ludens’ over het belang van het spe(e)lelement van cultuur en samenleving. Overigens benoemen de kunstenaars Frank Koolen en Kasper Jacobs de Homo Ludens ook expliciet in hun videowerk ‘Ace of Space’ in deze tentoonstelling.
New Babylon van Constant stond voor het ideaal van de creatieve mens, vrij van werk en vrij van grenzen. Iedereen zou vrij zijn om te gaan en te staan. Het waren suggesties over de manier waarop een nieuwe wereld kon worden ingericht. Zoals Constant zei: ”Alles moet mogelijk blijven, alles moet kunnen gebeuren, de omgeving wordt gecreëerd door de activiteiten van het leven en niet andersom”.
Naast werken van Constant en Rob Voerman wordt er werk getoond van Corneille, Piet Goede, Jef Diederen en Rien Goené.
-
Tekens van bewust-zijn.
Dit thema gaat over de vraag op welke wijze, wij mensen, ons bewust zijn? Bewust zijn van de vraag hoe wij mensen ons bijvoorbeeld verhouden ten opzichte van onze medemens, de planeet en de natuur. Hoe gaan wij bijvoorbeeld om met empathie, liefde, compassie en spiritualiteit?
Waarschijnlijk ervaart iedereen, doordat wij ons bewust kunnen zijn, op een of andere wijze, een strijd in het leven. De werken binnen dit thema verbeelden misschien wel hoe wij ons verhouden tot deze ‘struggle of life’.
Geconcentreerd op één wand en verspreid door de tentoonstelling hangen en staan werken vanuit dit thema van: Qassim Alsaedy, Ad Arma, Giacometti, Armando, Rineke Dijkstra, Anton Heyboer, Johan Tahon, Antoni Tàpies, Wim van Sijl, Zadkine, Reinhoud, Rien Goené en Levi van Veluw.
Een beeldimpressie van deze vijf gebieden:





Bert vertelt over zijn collectie
De uit mijn verzameling geselecteerde werken tonen 32 kunstenaars, met in totaal 67 werken en beslaan de periode 1950 tot 2010.
Er is bewust gekozen om deze te presenteren vanuit een vijftal thema’s. Deze thema’s waren voor mij geen verzamelthema’s maar heb ik, in retrospectief, voor deze tentoonstelling zo geduid om enige orde te scheppen. Enkele thema’s staan voor een kunststroming, wat veel zegt over de tijd dat de werken zijn gemaakt. Andere thema’s zijn meer universeel en beschouwend. En vaak lopen stromingen en beschouwingen ook weer door elkaar heen. Niets is namelijk wat het lijkt dat het is. En er is geen waarheid. En alle werken hebben met elkaar te maken. Ik realiseer mij de uitdaging waar de bezoeker voor staat.
Uiteindelijk zegt een verzameling iets over de individuele kunstwerken en kunstenaar én ook iets over de verzamelaar. Daarom was het selecteren vanuit mijn verzameling ook weer een soort zelfonderzoek. Deze thema’s staan volgens mij voor een representatieve weerspiegeling over de wijze hoe ik in het leven sta. En het laatste woord hierover is natuurlijk aan de bezoeker.
Door de veelheid aan media en stijlen, het inconsequent, bewust niet lineair chronologisch tonen van de kunstwerken hoop ik dat er bij de bezoeker verwarring ontstaat. Voor mij is verwarring de ultieme voedingsbodem voor transformatie, vernieuwing en geboorte.