Collectie Bert Murk

Collectie Bert Murk
Alles verandert, niets vergaat

Collectie Bert Murk

In Alles verandert, niets vergaat is - behalve nieuw werk van kunstenaars waarmee Museum IJsselstein eerder samenwerkte - ook de privé-collectie van Bert Murk te zien. Bert was de afgelopen tien jaar onze bevlogen directeur, hij maakte van het oude stadsmuseum het huidige MIJ. Hij startte ongeveer dertig jaar geleden met het verzamelen van kunst. Het begon met een ets van Tapiès die hij kocht in Barcelona. Inmiddels is het een omvangrijke collectie waarin een aantal zwaartepunten terug komen. 

Het eerste zwaartepunt van zijn collectie ligt in de jaren zestig. Zo verzamelde hij veel werk van De Informelen en de Nulbeweging. Een ander aandachtspunt is documentatie en werk rondom het project New Babylon van de kunstenaar Constant. Ook verzamelde hij werk van een groep Branbantse kunstenaars als JCJ Vanderheyden, Leon Adriaans, Ton Frenken en John van de Rijdt. En als laatste heeft het spirituele een plek in zijn verzameling. Compassie, liefde en menselijk contact staan centraal, zoals bij het werk van Giacometti, Johan Tahon, Rineke Dijkstra en Quassim Alsaedy. 

Leon Adriaans 

In het leven van Adriaans speelde ‘de zware Van Nelle Club’ een belangrijke rol. Dit was een groep kunstenaars die elkaar kenden uit hun kunstacademietijd. Adriaans ontdekte mede door hen de Arte Povera.  Arte Povera was een stroming die het gebruik van eenvoudige en goedkope materialen propagandeerden. Vanaf de jaren zeventig pachtte Adriaan een stuk grond, het sterrenbos en werd hij boer. Het kunstenaarschap en zijn boerenbestaan waren innig met elkaar vervlochten en hij zag hier geen onderscheid in.  Na de dood van zijn vrouw Twanneke raakte Ariaans persoonlijk in een stormachtige periode. In 2004 overlijdt hij plotseling.  

Armando 

Armando was een kunstenaar met een zeer veelzijdig oeuvre: muziek, beeldhouwwerken, dichtkunst en schilderijen. Hij zag niet veel onderscheid tussen deze disciplines en zag zijn oeuvre als een gesamtkunstwerk. Zijn ervaringen uit de Tweede Wereldoorlog en Kamp Amersfoort vormden zijn hele leven de leidraad van zijn werk. Armando bedacht de term ‘Het schuldig landschap’. Het verwees naar de natuur als stille getuige van het leed van de oorlog. In 2018 overleed Armando op 88-jarige leeftijd.  

Constant

In de periode van de Koude Oorlog, gedurende 20 jaar werkte de kunstenaar Constant aan zijn werk ‘New Babylon’. ‘New Babylon’ was een utopische droom over een ideale samenleving. ‘Constant had met New Babylon een nieuwe wereld voor ogen die om een omvangrijke mentaliteitsverandering vroeg. Een vaste woonplaats was niet langer vanzelfsprekend. Arbeid bepaalde niet langer het ritme van een slaafs bestaan. Openstaan voor nieuwe ervaringen, communicatie, ontmoetingen en ontwikkeling van creativiteit daarentegen zouden resulteren in een gelukkiger mens en een betere wereld.’ Constant was er van overtuigd dat je door oude waarden los te laten tot een nieuwe samenleving kon komen. Het totaalproject is heel omvangrijk en bevat onder andere tekeningen, maquettes, schilderijen en diorama’s, fotocollages en geografische kaarten.  

Rineke Dijkstra 

Rineke Dijkstra is een bekende Nederlandse fotografe die bekend werk met haar werk waarin kwetsbaarheid een centrale rol speelt.  Ze begint in de jaren negentig eerst als fotograaf voor diverse bladen maar stapt al snel over naar vrij werk.  

'Ik zoek altijd onderwerpen die iets universeels in zich hebben, bepaalde ervaringen die iedereen wel kent. Maar op een bepaald moment van fotograferen of filmen moet je juist weer specifiek zijn, kijken naar wat mensen van elkaar onderscheidt. En dat zijn vaak kleine details, een houding, een gebaar of een oogopslag.'

Ton Frenken 

Ton Frenken studeerde rechten en cultuurgeschiedenis. Hij was breed georiënteerd op het culturele veld en ging later werken als kunstenaar en volgde een opleiding aan de Jan van Eyck academie. Frenken was gefascineerd door de kwetsbaarheid van de cirkel en de architectonische stevigheid van het vierkant. Hij voelt zich verwant met de Parijse stijlbeweging Cercle et Carré. Een beweging die wordt opgezet in 1929 door Michel Seuphor en Joaquin Torres Garcia met steun van Piet Mondriaan en Georges Vantongerloo. Frenken onderzoekt de relatie tussen het vierkant en de cirkel. Is er verwantschap tussen beide vormen en zijn deze in een formule te bevatten. Franken had een grote liefde voor architectuur. In 1967 organiseerde hij een grote tentoonstelling over Jeroen Bosch, een grote inspiratiebron voor hem. Je ziet dit terug in het drieluik dat verwijst naar het doek de tuin der lusten van Jeroen Bosch.  

Henk Peeters 

Henk Peeters richtte samen met Armando, Jan Schoonhoven en Jan Hendrikse de Nulbeweging op. De Nulbeweging richtte zich op het maken van kunst dat van alle emotie ontdaan was. Ze streefden naar een zo min mogelijke invloed van de kunstenaar op het werk. Peeters werkte het liefste met kant en klare producten. Wegwerpobjecten van de HEMA en de V&D. Hij bleef samen met Jan Schoonhoven de Nulbeweging trouw en was de schakel tussen de Nederlandse tak van de Nulbeweging en de internationale.  

Reinhoud 

Reinhoud D'Haese was een Vlaamse beeldhouwer, tekenaar en graficus, die zijn naam vanaf 1960 beperkt heeft tot zijn voornaam Reinhoud. In 1945 ging als leerjongen werken bij een edelsmid. Daar ontdekte hij zijn voorliefde voor metalen en ontstond de idee om kunstenaar te worden. Reinhoud schreef zich vervolgens in bij de kunstacademie in Brussel waar hij in contact kwam met de Cobra-groep en betrokken was bij de verbouwing van de Ateliers du Marais. In dit atelier maakte Reinhoud zijn eerste sculpturen van metaal. 

Later maakte Reinhoud kleine broodsculpturen van humoristische fabelachtige wezens. Deze bedekte hij met zilver of koper in een electrolysebad. Ook in zijn grafiek en tekeningen werkt deze thematiek door. Het werk van Reinhoud was regelmatig te zien op tentoonstellingen in New York en Kopenhagen en werd bovendien regelmatig geëxposeerd in België en Nederland. 

John van de Rijdt 

‘Als kind dacht ik dat een steen uit zonlicht was gemaakt. Dat had ik gezien in de stofdeeltjes dansend in de lichtstralen door het raam naar binnen. Ik dacht dat die stofdeeltjes stukjes licht waren waar als ze zich ergens verzamelden en ophoopten er dan een steen uit zou ontstaan.’ 
 
Het werk van John van de Rijdt bestaat uit twee fundamentele elementen. Observeren en construeren. Het werk is verfijnd en geconcentreerd. Met minimale ingrepen geeft hij de wereld om hem heen weer. Met een scherp oog voegt hij elementen die hij observeert in de wereld om hem heen samen. Het licht dat door het raam op de muur schijnt, de kleur van de ochtend. Hij lijkt haast het licht een lichaam te geven: ‘Hier ben ik alleen met mijn naamloze doeken die mij toegang bieden tot mijn eerste eenzaamheid, ik schilder lichtpatronen op een niet verlicht pad. zo zoekt licht naar materie.’  

Jan Schoonhoven 

Jan Schoonhoven kreeg bekendheid door zijn monochrome witte werken. In de jaren vijftig richt Schoonhoven samen met onder andere Henk Peeters en Armando de Informelen op. De Informelen wilden de nadruk leggen op de expressie van het materiaal. Het werk in de tentoonstelling is een werk uit de informele periode van Schoonhoven. In 1960 richtte hij wederom samen met Armando en Henk Peeters de Nulbeweging op. Deze beweging ging er juist vanuit om zo weinig mogelijk van de kunstenaar in het werk terug te zien en expressie was uit den boze. Schoonhoven zei hier zelf over: ‘Je moet streven naar een minimum, maar anoniem gaat het nooit.’

Johan Tahon 

Johan Tahon is een Belgische kunstenaar. Hij werd ontdekt door de bekende Belgische curator en museumdirecteur Jan Hoet. Tahon staat bekend om zijn lange figuren van gips, die ook soms in brons worden uitgevoerd.  Hij zegt over zijn sculpturen: 'Mijn sculpturen denken na over de wereld maar ook over hun eigen wezen. Ze staan in verbinding met de werkelijkheid, maar wisselen ook met zichzelf van gedachten. Deze tweespalt, soms uitgedrukt in een dubbelhoofdige vorm, is kenmerkend voor mijn sculpturen. Deze gespletenheid vind ik terug bij mezelf.'

JCJ Vanderheyden 

'Van der Heyden onderzoekt het schilderij in zijn grondvorm', stelde Rudi Fuchs eind jaren 1960, 'als een onbepaald, vlak stuk linnen, gespannen op een spieraam dat elke gewenste vorm en elk gewenst formaat kan hebben.' Het werk van JCJ Vanderheyden gaat over de perceptie van ruimte. Hij onderzoekt de zichtbare en onzichtbare werkelijkheid. De beleving van tijd en ruimte is een belangrijke leidraad in zijn werk. Hij probeerde waarnemingen die hij deed al schilderend te verwerken. Sneeuw, wolken, horizon, leegte, ritme, zon en blauw komen vaak in zijn werk terug. Kenmerkend voor het werk van JCJ Vanderheyden is het zelfgenererende karakter. Net als de metamorphosen van Ovidius, blijft het altijd in beweging en ontwikkeling. Oude beelden van hemzelf of van anderen kunnen weer voortvloeien in nieuw werk. 


>