Guido Geelen


Foto: Guido Geelen


Guido Geelen

 

Een vuilniszak, maar ook onomstotelijk een vaas. Het werk zet ons op het spoor van een zoektocht naar de betekenis van ons heden. Als moderne Vanitas-stillevens drukken ze ons met de neus op de feiten: wij zijn hier maar heel even, alles is vergankelijk.

Vazen zijn een terugkerend thema binnen het oeuvre van Guido Geelen (Thorn, 1961). In een interview uit 2006: ‘Ik kan geen vaas maken. Alle prachtige vazen zijn ooit al gemaakt. Het fenomeen vaas, daar wil ik iets mee doen.’ In de loop der tijd hebben zijn ‘vaasbeelden' niet alleen de vorm van vuilniszakken aangenomen, maar ook van op hun rug gelegen honden, half vergane stierenkopppen en vergulde geweien.

Geelen werkt veelal in klei, maar ook in brons, aluminium en hout. Klassieke materialen die om ambachtelijke technieken vragen, maar deze ‘beeldenmaker’, zoals hij zelf graag genoemd wil worden, weet zijn materiaal tot nieuwe hoogtes te stuwen. Neem nou de bos gladiolen die in de expositie 'Bloemenpracht bij MIJ' te zien is. De gootjes van de gietmal voor deze vaas zijn tijdens het maakproces volgelopen met vloeibaar aluminium. Verguld is deze gestolde restruimte onlosmakelijk onderdeel van het totaalbeeld geworden. We raken hier aan de kern van zijn praktijk: figuratie gecombineerd met abstractie, chaos hand in hand met orde. 

Na de lerarenopleiding TeHaTex Teacher Training College volgde Geelen een opleiding aan de Academie voor Beeldende Vorming, beide in Tilburg. Hier woont en werkt de kunstenaar nog steeds. In 1989 won hij de Charlotte Köhler Prijs voor beeldhouwkunst en in 2000 de Dr. A.H. Heinekenprijs voor zijn vernieuwende toepassing van het traditionele materiaal klei. Het werk van Geelen is aangekocht door onder meer het Stedelijk Museum Amsterdam, Museum Kröller-Müller in Otterlo en Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam.

Tekst: Ctrl Art Delete